Avontuur

We hadden natuurlijk ook gewoon thuis kunnen blijven. Alles riep om thuisblijven. In de eerste plaats was het al zes uur geweest en we hadden geen eten in huis. We moesten alle spullen nog bij elkaar zoeken. De meeste daarvan lagen verborgen achter de schuifdeuren in de logeerkamer, die onbereikbaar waren vanwege oude matrassen, fitnessapparaten, volle wasmanden en een half ingestorte hut. De gedachte om daar tussendoor te moeten manoeuvreren op zoek naar slaapmatjes en fietstassen bezorgde me al slappe knieën. Los daarvan zou het ook nog eens maar 3 graden worden ‘s nachts. 

Een paar dagen eerder had het een prima plan geleken. Pek ging een weekendje weg. ‘Zullen wij dan in de tuin gaan kamperen?’ vroeg ik aan Mila. ‘Jaaaaaa!’ had ze geroepen, ‘dan kunnen we de nieuwe tent uitproberen!’ We zouden eerst naar Tilburg gaan om te lunchen met opa en oma - die afspraak stond al - en daarna zouden we op de fiets stappen naar de tuin. Het klonk heel eenvoudig.

‘De tuin’ is een lapje grond van 300 vierkante meter dat we huren net ten zuiden van Utrecht. Er staat een houten huisje op met een nostalgisch ogende houtkachel erin, waarop je - met veel geduld - kunt koken. Dat geduld hebben we eigenlijk nooit, maar het is wel een mooi ding om naar te kijken. Er is stromend water, een toilet en elektriciteit via een zonnepaneel. In de tuin staan een zwembad en een trampoline. Er is een terrasje in de schaduw van een kiwiboom, een flink stuk gras en borders met vaste planten. Kortom: een ideale vakantieplek op slechts 6 kilometer van huis. Prima te fietsen.

Maar zoals het gaat, liep alles anders dan voorzien. Ik had ‘s ochtends de fietstassen al willen inpakken, maar ik was te laat opgestaan. Mila kwam als een krant uit bed, want ze was twee dagen op kamp geweest. En het huis was een grote bende. Daar ontstonden de eerste scheurtjes in het vertrouwen in het plan. ‘Misschien kunnen we beter volgende week gaan,’ opperde ik voorzichtig. ‘Dan hebben we veel meer tijd. En dan is het niet zo koud ‘s avonds.’ Mila was het er totaal niet mee eens, maar die is planmatig altijd erg optimistisch. Dat heb je, als je negen bent.

Omdat de A2 openlag (en we gewoon te laat waren) waren we laat in Tilburg en dus ook laat terug in Utrecht. Op de terugweg had ik de hele kampeeronderneming inmiddels écht aan de kant geschoven. Het leek me iets te ambitieus om om zes uur ‘s avonds nog een fietsvakantie te gaan organiseren.

Maar ja. Toen ik boven in de logeerkamer, te midden van een teveel aan objecten de was in de droger deed, kreeg ik een opstandig moment. Wat een onzin om niet te gaan, omdat het laat is, er geen eten is en het huis een rotzooi is. Ik bepaal toch zeker zélf wel of we gaan kamperen? Het leek me ineens heel kleinburgerlijk om niet te gaan. Ik dook tussen de spullen door en viste de tent, twee slaapmatjes en twee slaapzakken uit de opbergkasten. Tegen de tijd dat de maaltijdbezorger met twee poké bowls voor de deur stond, hadden we al onze spullen op onze fietsen gesnoerd.

Om 20.00 uur, Mila’s bedtijd, fietsten we als twee blije eitjes de straat uit. Anderhalf uur later lagen we met de poké bowls in onze magen in onze nieuwe tent. Als mummies ingesnoerd in onze slaapzakken, met een extra dekbed uit het tuinhuis erbovenop, lazen we ieder een boek. ‘Mama?’ zei Mila op een gegeven moment.
Ik liet mijn boek zakken. ‘Ja?’
‘Ik vind het heel leuk dat jij soms een beetje gek bent.’