Aanzoek

De ober heeft de gashaard achter mijn stoel aangestoken en meteen wordt het een stuk aangenamer. De warmte voelt als een mooie voorjaarsdag op het strand met de zon op je rug. Precies goed. Ik doe net alsof ik in mijn tasje op mijn telefoon kijk. Intussen raak ik het witte doosje aan dat onderin is weggestopt. Straks ga ik het doen, hier in dit restaurant.

Het is eind januari. Pek, Mila en ik zitten in restaurant Informal, op het dak van hotel Serras in Barcelona. Normaal is dit een rooftopbar die uitkijkt over de oude haven, maar vanwege de kou hebben ze de ruimte afgezet met niet al te transparante schermen die vastklikken aan het dak. Het is jammer dat we niet naar buiten kunnen kijken, maar de bar is licht en sfeervol aangekleed met organische materialen en patronen. En het eten is waanzinnig lekker.

Tijdens het hoofdgerecht probeer ik me voor te stellen hoe ik het ga doen. Ik heb het niet echt voorbereid. Ik heb alleen dat doosje in mijn tas gedaan, voor het geval dat er een goed moment zou komen. Dat moment is nu, dat voel ik aan alles. Maar Pek zit tegenover me aan de ronde tafel en Mila zit tussen ons in. Moet ik opstaan en om haar heen lopen? Over de tafel heen reiken zou gek zijn. En ga ik op mijn knieën? Dat laatste streep ik af, want dat lijkt me wat cliché. We zijn al twintig jaar bij elkaar, maar toch ben ik zenuwachtig.

Anderhalf jaar geleden hebben we het hier over gehad. Of we niet misschien toch zouden willen trouwen. We hebben altijd gezegd dat we dat niet nodig vinden. Dat zo’n papiertje wat ons betreft niets toevoegt. Daarom organiseerden we in 2013 een Houfeest in plaats van een trouwfeest, een bruiloft zonder officieel huwelijk. Op het strand van Scheveningen vierden we met onze vrienden en familie onze liefde voor elkaar. Het was fantastisch.

Wat is er nu dan veranderd? Misschien kwam het door het coronavirus, dat de belangrijkste dingen in het leven ongevraagd op een rijtje zette. Misschien door mijn leeftijd, die me stiekem de waarde van rituelen en tradities meer laat inzien. De directe aanleiding was in elk geval het schrijven van Hans en Corry, the story, het levensverhaal van mijn ouders. Bij het zoeken naar informatie voor de stamboom kwam ik terecht in allerlei documenten over familiebanden. Zo ook bij die ene oom die niet getrouwd was met die ene tante. En die stonden dan ook niet als koppel geregistreerd. Dat vond ik ineens heel stom. Dat ik straks een halve eeuw bij Pek ben en dat dat over honderd jaar nergens terug te vinden is. Zo zal het niet gaan, maar door dat speuren naar familie zag ik ineens de waarde van dat papiertje. Ik legde het aan Pek voor en die kon zich erin vinden. Dus anderhalf jaar geleden wisten we dat we best wilden trouwen. Een van ons tweeën hoefde alleen nog maar een aanzoek te doen.

Als Pek terugkomt van het toilet, pakt hij zijn stoel en zet deze naast de gashaard, tussen Mila en mij in. ‘Even opwarmen hoor.’
Mijn hart maakt een sprongetje. Dit komt wel héél goed uit. ‘Fijn dat je zo dichtbij bent,’ zeg ik, ‘want ik wil je iets vragen.’
Ik draai me om om het doosje uit mijn tasje te pakken. Mila voelt dat er iets in de lucht hangt en zegt als geintje: ‘Ik wil je iets vragen: wil je met me trouwen?’
Ik schiet in de lach en hou het doosje voor Peks gezicht. ‘Uh ja, dat dus. Wil je met me trouwen?’

Even is het stil. Mila kijkt me met grote ogen aan. ‘Waaaaat?’
En Pek roept uit: ‘Nee, vraag je het híer?’
En dan is er even totale verwarring, want Mila denkt dat het een grap is en ik denk dat Pek denkt dat het geen goede plek is om een aanzoek te doen. Totdat Pek roept: ‘Ja, natuurlijk wil ik met je trouwen!’

Pek had al lang in de gaten dat ik bezig was met een aanzoek. Dat kwam doordat ik op een - ik dacht - heel subtiele manier mijn ring een keer om zijn vinger had geschoven. Ik moest zijn maat weten en hij had dat natuurlijk meteen door. Intussen was hij sinds onze aankomst in Cadaqués óók bezig met het plannen van een aanzoek, wat ik dan weer niet doorhad. Hij had bedacht om het te doen als we in het grote Hollywoodhuis wonen en ging er, na zijn conclusie dat ik hém ging vragen, van uit dat ik het ook in het grote huis zou doen. Zijn nieuwe plan was om zelf een ring op zak te hebben voor het moment dat ik hem zou vragen. Zodat hij daarna meteen de wedervraag kon stellen met zijn eigen ring. Dat was inderdaad reuzegrappig geweest, ware het niet dat het niet eens bij me was opgekomen om te wachten tot we in het grote huis zouden wonen. Vandaar dat hij als eerste uitriep: ‘Nee, vraag je het hier?’ Hij had nog geen ring geregeld. En ik had hem alsnog verrast.

Als stuiterende kleuters hebben we de rest van de dag doorgebracht. We gaan trouwen!

De volgende dag reden we terug naar ons huis in Cadaqués. Tot dan toe had Pek, die normaal geen ringen draagt, ongeveer elke minuut gecheckt of hij zijn ring nog wel omhad. Alleen, dat was hij de laatste anderhalf uur even vergeten. Op zo’n honderd kilometer van Barcelona af, riep hij ineens keihard: ‘Nee!’
Mijn kersverse verloofde had zijn ring even afgedaan toen hij zijn handen waste in de hotelbadkamer. En had hem daar laten liggen.

Ik kan niet zeggen dat me dat heel erg verbaasde, na twintig jaar. Waar ik wel van opkeek, was van hoe erg hij het vond. Zelfs toen we wisten dat de mensen van het hotel de ring veilig in een kluis hadden opgeborgen voor ons, wilde hij het liefst meteen terugrijden. Ik probeerde het nog met: ‘Het is maar een ring, het gaat om het idee erachter,’ maar daar wilde hij niets van horen.

Uiteindelijk zijn we een week later teruggegaan voor de ring. We hebben er meteen een romantisch weekend van gemaakt. Die ring vergeten was dus stiekem best een goede zet. Had hij het dan misschien tóch zo gepland?